Nieuws

We zijn vergeten dat we moeten delen.

We zijn vergeten dat we moeten delen.

foto Ad Helmer.jpeg

Ad Helmer is 68 jaar en woont al sinds lange tijd in het Brabantse Berlicum. Hij is gepensioneerd maar vermaakt zich prima met de werkzaamheden die hij doet voor de volley- en hockeyclub en het opzetten van een voedselbos. Van jongs af aan kwam hij op verschillende manieren in contact met armoede. Uit eerste hand, in eigen land maar ook ver daarbuiten. Het verschil tussen arm en rijk en het verschil dat je kunt maken in iemands leven door een bijdrage te leveren, was voor hem reden om te gaan beleggen bij Oikocredit.

Mijn ooms vertelden over hun missionariswerk

Ad: “Oorspronkelijk kom ik uit Zwanenburg. Dat ligt onder de rook van Schiphol waar mijn vader toen werkte. Ons gezin met in totaal 11 kinderen verhuisde naar het veel stillere Berlicum in Brabant. Geen vliegtuigen meer die over kwamen. Je kon elkaar weer verstaan in de tuin. In Berlicum ben ik lid geworden van de Katholieke plattelandsjongeren. Tijdens Gewest discussies ging het regelmatig over de derde wereld. Ik had ook twee ooms die missionaris waren. Zij vertelden over hun werk in Brazilië en Kameroen. Dat sprak me aan. Ik ben toen lid geworden van het blad Internationale samenwerking en later Onze wereld. Ik wilde meer weten!

Op de vuilnisbelt

De organisatie C.L.A.T. was uiteindelijk de club die mijn ogen echt geopend heeft. Ik heb met deze organisatie dan ook een aantal reizen gemaakt. Door de verhalen van vroeger en hun informatie was ik nieuwsgierig en wilde de verre landen waar ik zoveel over had gehoord en gelezen, zelf bezoeken. Zo ben ik bijvoorbeeld naar Zuid-Amerika geweest. Niet om de toerist uit te hangen, ik wilde de mensen ontmoeten. Zien waar ze in hun dagelijkse leven tegenaan lopen. Hoe ze leven. De armoede zelf voelen. Ik ben zelfs gaan kijken in krottenwijken. Wat je daar ziet en meemaakt, dat verandert je wel als mens. Op de vuilnisbelt in Rio de Janeiro ontmoette ik vakbondsleiders die daar werken. Ze hadden ooit iets gezegd wat hun regering niet zo beviel. Daardoor raakten ze hun baan kwijt en moesten ze uit beeld verdwijnen. Om toch geld te kunnen verdienen werken ze nu op de vuilnisbelt. Met de groep waarmee ik de reis maakte, hebben we een hutje gefinancierd. Konden ze daar in ieder geval even schuilen en een kopje thee drinken. Koffie niet. Dat is te duur voor ze. Kun je je voorstellen? Koffie te duur als je in Brazilië woont!

Header interview Ad Helmer

We zijn vergeten dat we moeten delen

Als ik bij de volleybal- of hockeyclub ben, probeer ik het gesprek aan te zwengelen over de armoede in de wereld. Maar daar zijn ze totaal niet mee bezig. “Daar heb je hem weer hoor, onze pastoor”, zeggen ze dan. Ook in mijn familie praat ik vaak tegen dovenmansoren. Bijvoorbeeld dat je moet opletten wat je koopt. Denk aan palmolie of tropisch hout. Want wat wij kopen heeft effect op hoe mensen daar leven. Bewust kopen is dus belangrijk. Daarnaast moeten we een eerlijke prijs betalen voor de producten die we kopen. We willen alles maar voor een appel en een ei. Vooral niet te veel betalen! We hebben het hier goed. Niet alleen qua producten maar ook voorzieningen. Ik kan gewoon naar mijn dokter toelopen. In Afrika zijn ze vaak drie dagen onderweg om erachter te komen dat er geen medicijnen zijn. Die ongelijkheid! We zijn vergeten dat we moeten delen.

Door vrouwen te steunen help je hele gezinnen

Soms schaam ik me wel eens dat ik een man ben. Mannen vinden zich vaak te belangrijk en de vrouwen worden daardoor naar de achtergrond geschoven. Maar vrouwen verdienen een plekje op de voorgrond. Je ziet te vaak in de arme landen dat als het niet goed gaat de man naar de fles grijpt. Vrouwen gaan dan veel meer staan voor hun gezin en kinderen. Ik vind het daarom ook zo goed dat Oikocredit ook veel kredieten aan vrouwen geeft. Vrouwen ondersteunen, al is het maar om nieuw zaaigoed te kopen, daar help je hele gezinnen mee.

Ik heb het niet van een vreemde

Dat ik zo in elkaar zit, is niet zo gek. Mijn moeder was net zo. Ze had een winkel waarin ze boerderijproducten verkocht. Ze was toen namelijk getrouwd met een boerenzoon uit Alkmaar. In de oorlog is haar man in Rotterdam doodgeschoten. Mijn moeder bleef alleen achter met twee kinderen en de winkel. Iedereen in de familie moest bijspringen om de winkel draaiende te houden. Veel hadden ze niet maar in de oorlog hadden anderen nog minder. Ze heeft dan ook heel wat gezinnen geholpen aan melk en andere producten. Ze gaf de spullen aan de mensen mee op de bonnefooi. Ze vertelde wel eens dat ze soms de rekeningen niet kon betalen omdat ze te veel weggaf. Dat willen geven en willen delen, heb ik dus niet van een vreemde.

De positieve geluiden van Oikocredit, daar word ik blij van

Ik heb gekozen voor beleggen bij Oikocredit omdat ik het een geweldige organisatie vind. Ik heb zelf niet zo veel nodig en leef zuinig. Als ik iets tweedehands kan aanschaffen dan ben ik zo blij als een kind. Wat ik over heb, beleg ik bij Oikocredit. Ik hoef er geen geld aan te verdienen. Ik heb geen vrouw en kinderen. En of ik het nu op de bank zet of beleg bij Oikocredit, dat maakt voor mij niets uit. En bij de bank doet het niks. Oikocredit kan er veel meer mee doen. En dan zie ik die verhalen en die positieve geluiden van wat Oikocredit allemaal doet en bereikt. Daar word ik echt blij van! Daarom blijf ik proberen iedereen bewust te maken en ze mee te laten helpen om de wereld wat beter te maken. Tja, misschien had ik toch missionaris moeten worden…”

Identificatie bij Oikocredit

Ik heb zeker begrip voor de identificatie en de regels vanuit de overheid begrijp ik. Helaas ben ik niet zo handig met de computer en ik heb even gedacht om het niet te doen. Ik heb jullie nog gebeld met een kennis die me hielp. Het lukte namelijk niet, want mijn telefoon bleek te oud te zijn. Maar met de handigheid van mijn kennis en de goede telefoon is het toch gelukt!

« Terug