Nieuws

Reis van het hart: een bezoek aan het Rwanda Tea Seedlings Project

Reis van het hart: een bezoek aan het Rwanda Tea Seedlings Project

Karongi tea fields22 september 2022

In deze blog neemt Elikanah Ng'ang'a, Oikocredits Social Performance and Capacity Building Officer voor Oost-Afrika, ons mee op een reis van zijn huis in Kenia naar Rwanda en brengt hij verslag uit over Oikocredits Rwanda Tea Seedlings Project.

Op mijn zevende verhuisden we naar een boerderij, in de buurt van het Aberdare-gebergte. Ik vond het er fantastisch. De boerderij lag verscholen in de bossen, op 180 kilometer van Nairobi, waar mijn vader werkte. Want in Kenia zijn, zoals dat vaak in Afrika het geval is, de meeste banen te vinden in de stad. Het inkomen van mijn vader alleen was niet genoeg om ons gezin te onderhouden. Op de boerderij konden we ons eigen eten verbouwen en het was een welkome extra inkomstenbron voor ons gezin. Dat betekende echter wel dat mijn moeder zowel op de boerderij moest werken als voor ons kinderen moest zorgen. Mijn vader moest voor zijn werk in de stad blijven, wat ook gebruikelijk is in Afrika, maar hij zou zijn uiterste best doen om één keer per maand thuis te komen bij zijn familie. En als kinderen keken we er naar uit om hem te zien – en de cadeautjes die hij vanuit de stad voor ons meenam.

Reizen van het hart

Op een nacht kwam mijn vader heel laat thuis en zat hij onder de modder. Toen ik vroeg wat er was gebeurd, legde mijn vader uit dat deze maandelijkse reizen van de stad naar onze boerderij op het platteland moeilijk te maken waren: wegen waren onverhard en slecht begaanbaar. Zo was de bus waar hij in zat, vast komen te zitten in de modder en alle passagiers moesten uitstappen en duwen, iedereen zat van top tot teen onder de natte blubber. Een andere keer moest hij in het donker door het bos lopen, waar hij plots oog in oog kwam te staan met een kudde olifanten. Gelukkig had zijn vader hem geleerd hoe hij olifanten moest laten schrikken, zodat hij ongedeerd deze majestueuze dieren kon passeren.

Mijn vader noemde deze reizen zijn ‘reizen van het hart’. Reizen van het hart zijn niet gemakkelijk te maken, maar noodzakelijk. Het zijn reizen die je aflegt uit liefde voor de mensen die je op de plek van bestemming staan op te wachten. Mijn recente reis naar Rwanda voelde als zo’n reis van het hart. Door de verspreiding van de Omicron-variant van Covid-19 was het geen makkelijke reis geweest. Ik moest getest worden voordat ik Nairobi verliet, opnieuw getest worden op de luchthaven van Kigali in Rwanda en daarna 24 uur in quarantaine. Toen ons voertuig vast kwam te zitten op een van de vele heuvels van het Nyaruguru-district, in het zuidelijke deel van Rwanda, dacht ik na over het verhaal van mijn vader. Uiteindelijk moesten we de rest van de reis lopen omdat een kleine brug van boomstammen het begeven had en we niet verder konden.

Geen makkelijke weg

Het Rwanda Tea Seedlings Project was het doel van mijn bezoek. Het hele project zelf had ook geen gemakkelijke weg gehad. De fondsenwerving voor het project begon in 2019 toen de West-Duitse steunvereniging van Oikocredit het grootste deel van de benodigde € 140.000 ophaalde. Het doel van het project was om twee miljoen theezaailingen van hoge kwaliteit te verspreiden over 2.000 boeren met een laag inkomen. De distributie van de theezaailingen (theezaailingen die net ontkiemd zijn) werd gedaan door twee coöperaties: Katecogro en Cothemuki. Beide coöperaties leveren thee aan Oikocreditpartner Karongi Tea Factory. Toen Covid-19 in 2020 toesloeg, besloten we – ondanks de nieuwe uitdagingen – door te gaan met het project. Voor het ontwikkelen van zaailingen en kwekerijen waren niet veel mensen nodig en hoewel de Rwandese regering maatregelen had genomen om de verspreiding van Covid-19 tegen te gaan, konden landbouwactiviteiten worden voortgezet. Omdat de zaailingen ongeveer anderhalf jaar nodig zouden hebben om te rijpen, hoopten we dat het virus dan al lang voorbij zou zijn. In 2020 en 2021 hadden de zaailingen het goed gedaan en eind 2020 hadden we 500.000 zaailingen verdeeld.

Karongi tea fields

2.000 boeren bereiken

De grotere uitdaging was echter om, in overeenstemming met de lokale coronamaatregelen, onze capaciteitsopbouwtrainingen door te laten gaan. Er stonden immers 2.000 boeren te wachten op workshops om nieuwe vaardigheden te leren op het gebied van theeteelt en alle andere aspecten die hierbij komen kijken. We hebben onze capaciteitsopbouwtrainingen daarom aangepast: boeren volgden workshops in kleine groepen en in de buitenlucht. De sleutel tot succes bleek het aanwijzen van een hoofdboer te zijn, die meehielp om de trainingen lokaal te coördineren. Uiteindelijk hebben we alle boeren kunnen bereiken, wat een groot succes was.

Geen regen

Mijn bezoek aan het Karongi-district markeerde tegelijkertijd ook de laatste fase van het verstrekken van theezaailingen ter gelegenheid van het Rwanda Tea Seedlings Project. Buiten de genoemde uitdagingen om, liep het project verder zoals gepland. Op één ding na: overal in Rwanda was voldoende regen gevallen, behalve in een deel van het Karongi-district. Maar liefst 600 boeren moesten hun theezaailingen nog ontvangen toen ik de reis maakte en waren afhankelijk van regen voor een succesvolle oogst. De manager van coöperatie Katecogro maakte zich zorgen en zei: “het regent in deze regio altijd in november en in december, elk jaar! Maar dit jaar niet.” Ze suggereerde dat dit waarschijnlijk een gevolg was van klimaatverandering.  

Ik dacht die nacht aan de vele boeren die hun land voorbereid hadden, wachtend op de broodnodige regen, om de theezaailingen te kunnen planten. Ik had enorm met hen te doen. En ineens was het daar: regen kwam met bakken uit de hemel! Al snel kreeg ik een telefoontje van een opgeluchte en blije coöperatiemanager: “Wees voorbereid op morgen”, zei ze. “We gaan de theezaailingen uitdelen aan de laatste boeren! De regen is gekomen.” Dus de volgende dag waren de manager van de coöperatie en ik theezaailingen aan het planten samen met een groep opgetogen boeren.

KARO-RW-11

Evaluatie van het project

Een van de doelen van deze reis was om te evalueren of we onze projectdoelstellingen hadden bereikt:

  • Het ontwikkelen en verdelen van 2 miljoen theezaailingen van hoge kwaliteit voor boeren met een laag inkomen
  • Boeren vaardigheden bijbrengen die komen kijken bij het runnen van een theeplantage, en alle aspecten die hierbij komen kijken (bijvoorbeeld het omgaan met klimaatverandering en voedselzekerheid)
  • De twee betrokken coöperaties vaardigheden bijbrengen die zorgen dat zij in de toekomst zelf zaailingen van hoge kwaliteit kunnen ontwikkelen.

De evaluatie vond plaats door met het management van de twee coöperaties en de theefabriek te praten over de ontwikkeling van de zaailingen én door boeren te bezoeken die de zaailingen hadden ontvangen. Er werden interviews gehouden met de boeren om inzicht te krijgen in wat ze hadden geleerd en in hoeverre ze tevreden waren over het project.

Na te hebben geluisterd en geobserveerd wat er tijdens mijn reis gebeurde, kan ik met vertrouwen zeggen dat we onze doelstellingen hebben bereikt – en nog veel meer dan dat zelfs. In de wereld van ontwikkelingsfinanciering focussen we ons soms te veel op de cijfers. Maar het is goed om verder te kijken dan de cijfers, dus ik vond het leuk om de boeren te leren kennen en verhalen zoals die van Jeannette te horen.

Het project in de praktijk

Jeannette is moeder van zeven kinderen en ze vertelde me over haar passie voor het project. Ze was jarenlang theeplukster geweest en had er nooit van had gedroomd om zelf een theeplantage te hebben. Maar toen ze hoorde van ons project besloot ze dat 2020 eindelijk het jaar zou kunnen worden waarin ze verder kon gaan dan theeplukken en de landbouw in zou gaan. Ze gebruikte alle inzichten en steun van het project - inclusief de zaailingen - om een ​​theeplantage op haar boerderij op te zetten. Jeanette had geleerd hoe ze compost moest maken en hoe het verbouwen van verschillende soorten gewassen moest doen om ervoor te zorgen dat het gezin genoeg voedsel had terwijl ze wachtte tot de theeplanten volwassen zijn. Jeanette teelt ook bonen op haar boerderij en heeft een koe.

Verder vertelde Jeannette me ook dat sinds de theeteelt in het district was geïntroduceerd, het verbranden van houtskool, wat de regering heeft ontmoedigd vanwege de milieuschade die het veroorzaakt, ook is verminderd. Ze legde uit dat voordat alle theeplantages er waren, er minder inkomstenbronnen waren en dat het heel gebruikelijk was dat plattelandsgemeenschappen bomen kapten en verbrandden om houtskool te maken, die ze vervolgens in stedelijke gebieden verkochten. Maar nu er meer theeboerderijen in het gebied zijn, hebben leden van de gemeenschap alternatieve bronnen van inkomsten en is het verbranden van houtskool afgenomen. Dit scheelt veel bomen en is goed voor het milieu. Jeannette ziet nu een mooie toekomst voor haar zeven kinderen, aangezien de theeplanten haar de komende 30, 40 of zelfs 50 jaar een inkomen zullen blijven geven.

« Terug naar het nieuwsoverzicht